Individuele verschillen

Dé ervaringsdeskundige bestaat niet. Onderlinge verschillen zijn groter dan overeenkomsten. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen mogelijkheden. Ervaringsdeskundigen kunnen zich ook blijven ontwikkelen.

Twee stromingen met verschillende definities

In grote lijnen zijn er twee stromingen bij de inzet van ervaringsdeskundigen, terug te vinden in de gebruikte definities van het woord ‘ervaringsdeskundig’. Het verschil zit in het moment waarop iemand zich ervaringsdeskundige kan noemen.

Deskundig door ervaring

De eerste is de uitleg in het woordenboek en de manier waarop de meeste Nederlanders het kennen. Dit is is altijd gekoppeld aan datgene waar je ervaringsdeskundig in bent. Dat kan van alles zijn, niet alleen ervaringen met ziekte of beperking. Als ouder praat je makkelijker over je kinderen met andere ouders, als topsporter hoef je minder uit te leggen bij andere topsporters. Iemand is deskundig door ervaring.

van Dale woordenboek

Ervaringsdeskundige:
Iemand die geldt als expert op een bepaald terrein door wat hij heeft meegemaakt

Ervaringsdeskundige:
Iemand die door ervaring deskundig is geworden op een bepaald terrein, die iets weet doordat hij het heeft meegemaakt.

Deskundig over ervaringen

De tweede benadering is ontstaan rondom het werk van ervaringsdeskundigen. Dit gaat in op de manier waarop ervaringsdeskundigheid ontwikkeld wordt. Een ervaringsdeskundige heeft eigen ervaringen aangevuld met collectieve ervaringskennis, en de deskundigheid om deze ervaringskennis goed in te zetten. Dit is de gangbare uitleg in beleid en rapporten over ervaringsdeskundigen. Iemand is deskundig over ervaringen.

Notitie Movisie

Ervaringsdeskundigen in de wijk

Ervaringsdeskundige:
Deskundige op het gebied van ervaring.

Rapport Verweij-Jonker Instituut

Inzetten ervaringsdeskundigheid van mensen met een chronische ziekte of beperking

Drie elementen die de kern van ervaringsdeskundigheid omvatten:
1. Ervaringsdeskundigheid overstijgt de individuele, persoonlijke ervaring.
2. Een ervaringsdeskundige is in staat om te reflecteren op de eigen ervaring en deze te verbinden met ervaringen van anderen.
3. Een ervaringsdeskundige zet de eigen ervaringen in ten behoeve van anderen.

Werkdefinitie in project

Het project Waardering Ervaringsdeskundigen gebruikt een werkdefinitie, waar zoveel mogelijk ervaringsdeskundigen zich in zullen herkennen. Hij sluit aan bij wat ‘de gemiddelde Nederlander’ denkt dat een ervaringsdeskundige is, en biedt ruimte aan verder ontwikkelde ervaringsdeskundigen.

Bij het beschrijven van de waarde van ervaringsdeskundigen vinden wij het belangrijk dat niemand buitengesloten wordt. Iedereen die zichzelf ervaringsdeskundig vindt, ís dat ook. We kunnen niet bepalen wat de waarde van die ervaringsdeskundigheid is, dat is een persoonlijk gegeven. We gaan wél bepalen wat de waarde is als die ervaringsdeskundigheid in een bepaald beroep of functie wordt ingebracht.


Verschillen tussen ervaringsdeskundigen

Waar kunnen opdrachtgevers op letten bij het selecteren van een ervaringsdeskundige?

Persoonlijke verschillen

Persoonlijkheid

Is het glas half vol of half leeg?

Soort ervaringen

Elke ziekte of beperking is ander, iedere situatie is anders.

Leefwereld

Waar woon je, waar ben je opgegroeid?

Verschil in kennis en kunde

Opleiding

Scholing ervaringsdeskundigheid en andere opleidingen

Ervaringskennis

Met afstand naar ervaringen van jezelf en anderen kijken

Specialisatie

Inhoudelijke expertise op het gebied van eigen ervaring

Werkervaring

Eerdere banen of werk naast de inzet ervaringsdeskundigheid

Inzet netwerk

Overleg

Samenwerking met andere ervaringsdeskundigen

Draagvlak

Hoeveelheid contact met de achterban

Overleg

Samenwerking met andere ervaringsdeskundigen

Verschil in samenwerking

Ervaringsdeskundigen kunnen baat hebben bij intervisie met andere ervaringsdeskundigen of begeleiding door een cliëntenorganisatie. Zeker bij mensen die al langer werken als ervaringsdeskundige, bestaat het risico dat ze verwijderd raken van hun eigen ervaringen. Begeleiding en intervisie zijn ook belangrijk om bij de eigen kernervaringen te blijven, en ook om informatie actueel te houden. Ook ervaringsdeskundigen die geen collega’s om zich heen hebben, kunnen zo sparren over de eigen werkwijze.

Soort netwerk

Hoeveel contact is er met de achterban en hoe is deze samengesteld?

Achterban

Praat je als ervaringsdeskundige namens jezelf of namens een groep? Geen enkel ervaringsverhaal is hetzelfde. Ervaringsdeskundigen kunnen alleen namens anderen praten als ze draagvlak hebben. Daarvoor is contact met de achterban nodig. Vaak loopt dit via een patiëntenorganisatie. Hier kunnen ervaringsdeskundigen ook ‘collectieve ervaringskennis’ opdoen. Door contact met een patiëntenorganisatie blijft deze kennis actueel en kan het uitgebreid worden.


Een stukje geschiedenis

De wortels van het werk van ervaringsdeskundigen liggen in de jaren zestig. De democratiseringsgolf die door Nederland ging, veranderde het beeld van wat goede zorg is. Patiënten wilden niet langer dat de dokter alles besliste en in onbegrijpelijk latijn opschreef. Ze brachten naar voren dat zij de enige waren die konden weten wat goed voor hén was: zij kenden hun eigen behoeften, en zij wisten als geen ander hoe het was (vaak: hoe het “voelde”) om in de eigen situatie te verkeren. Artsen konden dan wel theoretische kennis hebben, voor de diagnose was altijd de kennis van de patiënt was nodig. De individuele burger was in deze opvatting deskundig: hij had dan wel geen theoretische achtergrond, maar met de praktijk was hij vertrouwd op grond van eigen ervaring. Hij was ervaringsdeskundige. Tegelijkertijd streed men voor betere rechten in klinieken. Ervaringsdeskundigen begonnen zicht te verenigen in patiënten- en cliëntenorganisaties.

Het Genootschap Onze Taal beschrijft de ontwikkeling van het begrip Ervaringsdeskundige: 
“Ervaringsdeskundige is nog een vrij nieuw woord; het is waarschijnlijk rond 1980 ontstaan. Begin jaren tachtig werd het al enkele keren in kranten gebruikt: in 1982 stond in Het Vrije Volk het woord ervaringsdeskundigheid, en in 1983 stond ervaringsdeskundige in het Nederlands Dagblad.
Ruim tien jaar later werd ervaringsdeskundige voor het eerst besproken in een taalboek, namelijk Nieuwlands: de jongste taalaanwinsten van Frank Jansen en Hubert Roza uit 1995, waarin enkele honderden neologismen uit de eerste helft van de jaren negentig op een rij worden gezet. De omschrijving luidt: “persoon wiens autoriteit op een bepaald gebied niet stoelt op beroepsmatig verworven kennis, maar op de eigen ervaring”, oftewel: iemand die ergens door eigen ervaring deskundig in is geworden. Het woord staat sinds 1999 in de grote Van Dale; ook de meeste andere moderne woordenboeken vermelden het.”

De laatste jaren wordt er veel geschreven over ervaringsdeskundigen en gaan de ontwikkelingen snel. Kenniscentra voeren onderzoek uit en ook binnen het Hoger Onderwijs krijgt ervaringsdeskundigheid een stevigere plek. Vanuit de GGZ vindt professionalisering plaats voor de ervaringsdeskundigen die werken in de zorg.

In 2009 werd Disability Studies in Nederland opgericht. In de GGZ werd in dezelfde periode de Vakvereniging van Ervaringswerkers opgericht, de huidige Vereniging van Ervaringsdeskundigen. Sinds 2019 is de Veerkracht Centrale het landelijk netwerk van ervaringsdeskundigen.