Repressieve Tolerantie

Een les politiek inzicht, die ik op de harde manier heb geleerd

Er was eens… een tijd dat ik voorzitter was van de Landelijke Studenten Vakbond. Een drukke functie, omdat er dat jaar flinke bezuinigingen werden aangekondigd. Na grote demonstraties volgden vergaderingen waarbij ik met de minister en onderwijsbobo’s aan tafel zat om onze standpunten duidelijk te maken. Goed bezig dacht ik. Tot er ineens in alle belangrijke kranten een paginagroot artikel stond waarin onze werkwijze werd aangevallen. 
“Studentenbond: de tijd van dialoog is voorbij” kopte de kranten, waarna het artikel haarfijn analyseerde waarom je NIET met de systeemwereld mee moet doen…. Ik ben maar een kop koffie gaan drinken met de schrijver, omdat ik het niet goed begreep. 

De les die ik leerde: de gesprekken op het ministerie kun je zien als repressieve tolerantie. Dat is een manier waarop de politiek lastige mensen monddood maakt. Volgens Wikipedia: “een door een heersende macht toegepaste techniek, waarbij ideeën of organisaties die voor die macht ongewenst zijn, juist een plaats wordt gegund om ze zodoende onschadelijk te maken.” 

Concreter: Als machthebber geef je de mensen met kritiek een plek aan de vergadertafel. Daar overstelp je hen met complimenten, laat weten dat het erg belangrijk is wat ze doen en doe je wat loze beloftes. Je zorgt dat iedereen ziet dat je in gesprek bent, en geeft de organisatie daar ook subsidie voor. Tot zover de tolerantie. 

Dan komt de repressie. Aan die subsidie zijn allerlei regels verbonden. Het is een bureaucratisch gedrocht, dat veel tijd kost. De organisatie moet zich aanpassen aan de systeemwereld, en bij 
volgende subsidies wordt dat steeds meer. Vaak zit er ook ‘verdeel en heers’ achter, want als machthebber geef je natuurlijk alleen subsidie aan degenen die zich aan je regels aanpassen. 
De machthebber blijft vol lof over zijn gesprekspartners, maar doet weinig met de lobby. Ondertussen zijn de critici stil geworden, omdat ze het idee hebben belangrijk bezig te zijn. Een enkele activist laat nog stevige standpunten horen, maar er is niemand die nog luistert. 

Subsidie-infuus

Nu de politiek zo ver verwijderd is van het dagelijks leven van Nederlanders, valt dit proces me weer op. Emancipatie-bewegingen zijn lobbyclubs geworden, met beleidsmedewerkers die volgens de regels van het systeem werken. 
Of zoals Pieter Omtzigt het zegt: het sociale midden ligt aan het subsidie-infuus.

Ik hoop dat er in al die emancipatiebewegingen ook activisten blijven die luid hun stem laten horen. Want als iedereen het met elkaar eens is, verandert er nooit iets. 

En mijn kop koffie? Die ontmoeting werd erg leuk. De schrijver met het grote politieke inzicht hoort sindsdien bij mijn beste vrienden. Al blijven we vaak van mening verschillen.


Het krantenartikel uit 1994

Studentenbond: de tijd van dialoog is voorbij

29 september 1994

De auteurs studeren respectievelijk sociale psychologie en ontwikkelingsstudies, en zijn beiden actief geweest tijdens studentenacties in het verleden.

De studentenbond is geïnstitutionaliseerd geworden. De LSVb heeft zijn eigen kantoor, logo, fax, vijf telefoonlijnen en betaalde bestuursleden. Daarnaast is hij volop doorgedrongen in het lobbycircuit, waar hij de wandel van de gangen probeert te beïnvloeden.

Dit alles heeft helaas niet geleid tot een beter financieel en onderwijsbeleid. Integendeel, de bezuinigingen op studiefinanciering en de instellingen zijn nog nooit zo desastreus geweest als in de afgelopen vier jaar.

Sinds een paar jaar is het erg populair geworden om met de minister van onderwijs in het openbaar te debatteren over de toekomst van het hoger onderwijs. Waar Deetman zich nog angstvallig onttrok aan elk publiek debat, heeft Ritzen een slimme tactiek gevolgd. Ritzen heeft elke mogelijkheid om in de openbaarheid te treden gebruikt om sympathie voor zijn persoon en zijn beleid te winnen door te suggereren, dat de enorme bezuinigingen die hij heeft doorgevoerd voortkwamen uit de dwang van het kabinet, in plaats van zijn eigen beleid.

En de LSVb stond erbij en keek ernaar. Zijn vertegenwoordigers lieten het gebeuren dat de minister goede sier maakte met zijn slachtofferrol, in plaats van hem aan te spreken op de consequenties van dit beleid. Toen de plannen van het links-liberale kabinet bekend werden, kwam de LSVb met ferme taal: nu moest er maar eens een afspraak met Ritzen worden gemaakt. Twee maanden later is de Studentenkamer (formeel overleg tussen de minister en de studentenvertegenwoordigingen) er nog steeds niet geweest, wel veel informeel overleg.

Het beleid van O, (C) & W is altijd dubieus geweest. De meest verstrekkende plannen worden traditioneel in vakantieperiodes openbaar gemaakt, zodat studenten moeilijk gemobiliseerd kunnen worden. Toekomstig beleid wordt bij presentatie extra hard voorgesteld, zodat de minister met een gerust hart voor humaan kan doorgaan op het moment dat hij de werkelijke plannen indient. Twee voorbeelden uit mei 1993 zijn hier wel op hun plaats: de bezuiniging op de basisbeurs en de afschaffing van de ov-kaart.

Eind april van vorig jaar barstte de bom toen Ritzen duidelijk maakte dat hij de gehele basisbeurs wilde wegbezuinigen en de OV-kaart omzetten in een veredelde buspas. Twee Wilde Woeste Weken en de meer dan 20 000 demonstranten op 8 mei waren het antwoord. Het uiteindelijke ‘compromis’ was, dat de basisbeurs voor uitwonenden met 135 gulden werd verlaagd, die van thuiswonenden met 100 gulden en de OV-kaart minder waard werd voor meer geld. Hierdoor schopte de minister de poten onder de LSVb vandaan, die nog op het standpunt stond en staat dat een verlaging van de basisbeurs niet acceptabel is en dat de OV-kaart moest blijven bestaan, maar dan wel facultatief.

Elke keer dat de minister zijn plannen bijstelt, wordt de LSVb voor het blok geplaatst: stoppen met acties omdat er toch iets bereikt is, of doorgaan met de kans dat je door de publieke opinie versleten wordt voor verwend en ontevreden. De LSVb-bonden zijn hierdoor vleugellam geworden en bang om de goodwill van de publieke opinie te verliezen.

Ook toen de nieuwste plannen gepresenteerd werden, wist de LSVb niet hoe te reageren. Direct de studenten mobiliseren kon wel eens voorbarig zijn. Het werd beter gevonden om eerst de lobbykanalen te gebruiken om duidelijkheid te verkrijgen. Toen de duidelijkheid uitbleef, werd tot actie overgegaan, waarbij de LSVb dan ook onmiddellijk verstrikt raakte in zijn eigen dualistische positie van gesprekspartner én tegenstander van de minister: Ritzens ministerie werd weliswaar bezet, maar de hardste eis was een gesprek met de minister.

Een gesprek is echter nutteloos. Als er een miljard op studiefinanciering wordt bezuinigd – een kwart van het totale bedrag – dan zal er iemand moeten bloeden. Het heeft geen zin om af te wachten welke groep deze keer gepakt gaat worden, of dat nu de huidige of de toekomstige generatie studenten is, de studenten met rijke of arme ouders, de doorpezende of maatschappelijk actieve studenten. Hoe dan ook komt de financiële toegankelijkheid van het hoger onderwijs in gevaar, en dat gegeven is voldoende om de straat op te gaan.

Ondanks jaren van lobby en overleg blijkt dat de LSVb nauwelijks tot geen inspraak heeft. Sterker nog: door alle aandacht op lobby is de mogelijkheid om met acties daadwerkelijk concessies af te dwingen tot een minimum gedaald. De enige conclusie kan zijn dat de LSVb haar dualistische positie moet laten varen. De tijd van overleg en beleefde debatten is voorbij. De LSVb-bonden moeten actie voeren en niet bang zijn om voor radicaal te worden versleten.

Als dat niet gebeurt zal een deel van de achterban zich afwenden van de LSVb en zelf voor haar belangen opkomen.